Het verhaal
Scrooge is een toneelbewerking van A Christmas Carol van Charles Dickens uit 1843. De allegorie gaat over de verbitterde geldwisselaar en vrek Ebenezer Scrooge, die op kerstavond geteisterd wordt door dromen en daardoor tot inkeer komt. Het boek was al tijdens het leven van Dickens een groot succes en is later bewerkt voor toneel en film. Thematiek in Scrooge is de tegenstelling arm maar gelukkig versus rijk, maar ontevreden, compleet met een goede afloop in een ultieme kerstsfeer.
Over Ebenezer Scrooge schreef Martin van Amerongen een boeiend stuk in De Groene Amsterdammer (20-12-1995). Hij typeerde Scrooge als de antichrist die door de geest van Kerstmis tot medemenselijkheid wordt bekeerd. ‘Scrooge had zich aan de vooravond van Kerstmis hondser dan ooit gedragen, hij speelde zelfs met de gedachte zijn klerk een dag salaris te korten. Diezelfde nacht werd hij door diverse spookgestalten bezocht, die hem met verwijten overlaadden en hem diverse schrikaanjagende visioenen voortoverden. Het laatste visioen is het verschrikkelijkst. Het is het beeld van zijn grafsteen, verwaarloosd en verlaten. Scrooge capituleert. “He, beste jongen,” roept hij uit het raam, “ga voor mij eens de grootste kerstkalkoen halen die verkrijgbaar is!” Nee, de familie Cratchit zal dit keer met de feestdagen niets te kort komen. Als de weldadigheid zelve trekt hij door de besneeuwde straten van Londen. Halleluja! De punch kan op het vuur worden gezet en de kerstkrans kan worden aangesneden. Het goede heeft gezegevierd en dat is een aangename gedachte in een wereld waarin - niet in de laatste plaats in de literatuur over het algemeen het kwaad aan het langste eind pleegt te trekken.’
Bruun Kuijt, begonnen als acteur/zanger, heeft een indrukwekkend cv als theaterregisseur. De kerstvoorstelling David Copperfield bijvoorbeeld, Assepoester en de bekroonde Broadwaymusical Het Mysterie van Charles Dickens. In 1993 regisseerde hij A Christmas Carol met een groep van acht mensen.
Henk van Gelder schreef hierover in het NRC Handelsblad: ‘In een filmische enscenering heeft Kuijt voor deze lunchvoorstelling alle hoeken van de hem toebedachte ruimte benut om het kader voor dit moralistische sprookje te scheppen: sneeuw op de vensterbank en op de schouders van wie zojuist nog buiten liep, een gietijzeren lantaarnpaal, grijze doeken voor het kantoor van Scrooge, een karige tafel voor het gezin van zijn klerk, een orgeltje in de hoek en een geluidsband vol brassbands. Met zichtbaar plezier en toegewijde ernst altijd een mooie combinatie spelen de acteurs hun dubbel- en driedubbelrollen, soms slechts luttele zinnen, maar alles met toepasselijke intonatie en de vereiste vaart (want het verhaal moet in een uur verteld worden).’
